Het bezoeken van een familielid of vriend op de IC kan shockerend zijn doordat de patiënt er anders uit kan zien dan in het dagelijks leven. De veelheid aan apparatuur en geluidssignalen maken veel indruk op de gemiddelde bezoeker.
Alle IC-patiënten worden voortdurend bewaakt met behulp van allerlei apparatuur voor het registreren van de hartslag, de bloeddruk, de temperatuur, en het zuurstofgehalte in het bloed.
Verder staan er infuuspompen waarmee de patiënt vloeistoffen, voeding en medicijnen krijgt toegediend en soms is ondersteuning of overname van de ademhaling nodig. De patiënt heeft dan een zuurstofslangetje in de neus of een tube die via neus of mond tot in de luchtpijp doorloopt. Praten met de patiënt is in dat geval niet mogelijk. Via gebaren is dan toch contact mogelijk, tenzij de patiënt met medicijnen in slaap wordt gehouden.
Al deze apparaten geven geluids- en lichtsignalen die door artsen en verpleegkundigen worden geïnterpreteerd en waarop zo nodig actie wordt ondernomen. Een maagsonde kan nodig zijn om maagvocht af te voeren of sondevoeding toe te dienen. Een katheter in de blaas zorgt voor opvang van de urine; soms zijn er ook slangen nodig voor het opvangen van wondvocht na een operatie.